Publicatiedatum: 28 mei 2026
Een column geschreven door Paul Engelsman, jurist bij Stichting VbV
Wanneer een gestolen of verduisterd voertuig wordt teruggevonden, gaat de aandacht vrijwel automatisch naar de oorspronkelijk diefstal en naar de (rechts)persoon die daarvan aangifte heeft gedaan. Toch kan er ook nog een ander slachtoffer zijn, namelijk de onschuldige koper van het voertuig. Iemand heeft vaak een aanzienlijk bedrag betaald, vertrouwd op de legitimiteit van de verkoop en had geen kennis van het verleden van het voertuig. Desondanks wordt deze groep vaak niet als slachtoffer aangemerkt.
De confrontatie met de werkelijkheid komt vaak plotseling en onverwacht. Zo kunnen kopers worden aangehouden omdat zij in een als gestolen geregistreerd voertuig rijden, en zien zij vervolgens het voertuig in beslag genomen worden. Dat terwijl het voertuig openlijk is gekocht bij een handelaar of via een veelgebruikt online platform als Marktplaats. Vaak zijn er intussen ook al veel kosten gemaakt voor verzekering en onderhoud.
Geen plaats in het strafproces
In een eventuele strafzaak tegen de verdachte hebben deze kopers doorgaans geen rol als benadeelde partij. Zij hebben immers niet rechtstreeks schade geleden als gevolg van het strafbare feit. Hetzelfde geldt overigens ook voor verzekeraars, die de schade hebben uitgekeerd. Zij zijn ook uitgesloten van de mogelijkheid zich te voegen in de strafzaak. Alleen in specifieke situaties, bijvoorbeeld als geen of slechts een gedeeltelijke schade-uitkering heeft plaatsgevonden, is er nog een mogelijkheid om de schade te verhalen. Denk hierbij aan een eventueel eigen risico.
Grenzen aan bescherming
Betekent dit dat een koper helemaal geen bescherming heeft? Niet helemaal. De koper wordt beschermd als de verkoper van het voertuig onbevoegd was en de overdracht niet ‘om niet’ heeft plaatsgevonden. Er moet dus sprake zijn van een tegenprestatie, meestal een betaling. In zulke gevallen kan het recht van de koper in beginsel zwaarder wegen dan dat van de oorspronkelijke eigenaar. Maar er zit nog wel een addertje onder het gras.
De oorspronkelijke eigenaar van het voertuig kan gedurende drie jaar na diefstal zijn eigendom alsnog opeisen. Recent is in de rechtspraak bepaald dat dit ook geldt in geval van verduistering.
Het opeisen van het voertuig door de oorspronkelijke eigenaar slaagt niet als bij de aankoop aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De koper moet worden aangemerkt als particulier die niet handelt in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep;
- De verkoper moet beroepsmatig in voertuigen handelen en mag geen veilinghouder zijn;
- De verkoper moet beschikken over een fysieke bedrijfsruimte en moet handelen in de normale uitoefening van zijn bedrijf.
Als het voertuig dus wordt gekocht van een aanbieder op het internet die niet beschikt over een bedrijfsruimte, wordt de koper niet beschermd. Dit geldt ook wanneer niet voldaan wordt aan één van de andere voorwaarden.
Opletten blijft noodzakelijk
De ‘vergeten’ slachtoffers kunnen dus in Nederland rekenen op een bepaalde mate van bescherming. Het is echter aan de koper zelf om niet met iedere aanbieder in zee te gaan. Het raadplegen van de RDW en het handelen met een bedrijfsmatige handelaar is daarbij aan te raden.
Betrouwbare partner in de strijd tegen voertuigcriminaliteit
Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit is een gezamenlijk initiatief van alle Nederlandse schadeverzekeraars om voertuig-, vaartuig, werkmaterieel- en transportcriminaliteit te bestrijden.
Meer nieuws & publicaties
| Meld je aan voor onze nieuwsbrief |
|