In februari 2017 deed de politie een inval bij een Zwols bedrijf. Aanleiding voor de inval waren diverse meldingen uit binnen- en buitenland, mede uit de criminele hoek, waarbij het vermoeden bestond dat het bedrijf op grote schaal gestolen auto’s stripte, nummers van motorblokken verwijderde en weer doorverkocht. Volgens het OM was er sprake van een omkat- en stripfabriek waar op grote schaal strafbare feiten werden gepleegd.

Rol VbV als strafrechtelijk bewaarder
Na de inval werd VbV door het Openbaar Ministerie aangewezen als strafrechtelijk bewaarder en is maanden bezig geweest de aangetroffen voertuigen en onderdelen (ruim 9000) te registreren, waarna deze door het Landelijk Intelligence- en expertisecentrum (LIV) konden worden bevraagd en geïdentificeerd. Hierbij werden onder meer onderdelen aangetroffen van een voertuig dat een week eerder was gestolen. Veel binnen het bedrijf aangetroffen onderdelen bleken afkomstig van in Nederland gestolen voertuigen. Van een sluitende administratie bij het bedrijf was geen sprake. Bovendien had de boekhouder van het bedrijf afscheid genomen van het bedrijf na de inval. Hoewel een deel van de voorraad mogelijk een legale herkomst had, vroeg het OM de rechtbank de totale bedrijfsvoorraad verbeurd te verklaren alsmede het terrein en loodsen van het bedrijf. Daarnaast vroeg het OM om een beroepsverbod voor een periode van 5 jaar en een gevangenisstraf van 2 jaar tegen vader en zoon. De Officier van Justitie noemde vader en zoon “rotte appels uit de autobranche”.

De advocaat van verdachten hekelde het onderzoek van VbV en stelde dat de stichting handelde uit eigen belang. Bij een veroordeling zou namens verzekeraars een claim kunnen worden ingediend van mogelijk enkele miljoenen. De rechtbank doet op 14 oktober 2021 uitspraak. Lees hier de publicatie op Automotive.