Een verzekerde van een Audi A3 claimt in maart 2019, relatief kort na het sluiten van de verzekering een inbraakschade aan het voertuig waarbij de kilometerteller, audioapparatuur, de console, de verlichting en de airbag zouden zijn ontvreemd. De verzekeraar Univé heeft, naar aanleiding van de schademelding, een technisch onderzoek laten uitvoeren. Uit onderzoek bleek dat de onderdelen voor de opgegeven diefstaldatum waren onderbroken dan wel ontvreemd. Hierop volgde een feitenonderzoek, waarna er aansluitend een persoonlijk onderzoek werd gestart. Gelet op de uitkomsten heeft Univé de claim afgewezen, onderzoekskosten gevorderd en de persoonsgegevens van verzekerde opgenomen in diverse in- en externe registraties. Aangezien verzekerde het hiermee niet eens was, is de verzekeraar gesommeerd de gevolgen op te heffen en de rechtsmaatregelen te staken. Omdat Univé hier geen gehoor aan gaf, werd de verzekeraar gedaagd voor de kantonrechter. De kantonrechter stelde echter Univé in het gelijk.

Vergissing ongeloofwaardig
In het door de verzekerde ingestelde hoger beroep bij het gerechtshof betoogde hij dat hij zich mogelijk vergist zou hebben in datum en tijdstip van de schade. Hij heeft echter volgens het Hof voor deze “vergissing” geen overtuigende verklaring kunnen geven. Het ligt volgens het Hof ook niet voor de hand dat deze “vergissing” enkele dagen later bij het doen van aangifte opnieuw zou zijn gemaakt. Bovendien week de verklaring van verzekerde, dat de ruit aan de passagierszijde was ingeslagen, af van de vaststelling dat de ruit aan de berijderszijde was ingeslagen. Het Hof komt tot de conclusie dat Univé op basis van de uitgevoerde onderzoeken terecht en op goede gronden de maatregelen heeft getroffen. De vorderingen van verzekerde worden afgewezen en de verzekerde wordt veroordeeld in de proceskoten van het hoger beroep van ruim € 2300,-.. Lees hier het volledige arrest.

Bron: Rechtspraak.nl