Bij een bestuurlijke controle ontstaat soms onduidelijkheid over bevoegdheden van toezichthouders en de politie. Dat gebeurde ook tijdens een bestuurlijke controle in Schaijk in augustus 2023. Bij de start van de controle verklaarde een oudere dame dat meneer (later bleek de verdachte) niet aanwezig was. Direct na de verklaring kwam een man uit een loods lopen. Door de toezichthouders werd medegedeeld aan de man wat de reden van hun komst was en legden zij uit dat de aanwezigheid van de politie diende voor de veiligheid van de toezichthouders.
Na de mededeling van de toezichthouders werd het onderzoek op de locatie gestart. In de loods werd een witte Mercedes bus aangetroffen, waarvan de politie vaststelde dat het een gestolen voertuig betrof. Verderop in de loods werd een lading onderdelen van bestelbussen aangetroffen. De man werd door de politie aangehouden op verdenking van heling. Op hetzelfde terrein werd later ook een gestolen container gevonden die meerdere gestolen voertuigonderdelen bevatte.
Misbruik van bevoegdheid?
De verdediging verweerde zich dat de politie haar ondersteunende rol zou hebben overschreden door zelfstandig strafrechtelijk onderzoek te hebben verricht tijdens de controle. Dit zou volgens de verdediging moeten leiden tot bewijsuitsluiting.
Het Hof ging daar niet in mee. Na de algemene beschouwing stelt het Hof vast dat de politie voldoende aanleiding had de loods te betreden samen met de toezichthouders om hun veiligheid te waarborgen. Daarnaast had de verdachte toestemming gegeven aan de verbalisant om alles te bekijken. Op dat moment was er nog geen sprake van een opsporingshandeling, maar viel het optreden binnen het kader van de algemene politietaak. Na het bevragen van de kentekengegevens en het aantreffen van een gestolen voertuig ontstond een redelijk vermoeden in de zin van artikel 27 WvSv., waarna de politie mocht overgaan tot het inzetten van opsporingsbevoegdheden.
Oordeel van het Hof
Het Hof oordeelt dat de verdachte wetenschap had van het feit dat goederen van een misdrijf afkomstig zijn. Als de chassisnummers al weggeslepen waren ten tijde van de verkrijging, dan hadden alarmbellen moeten zijn afgegaan bij de verdachte. Als de verdachte de chassisnummers zelf heeft weggeslepen, kan dit -zonder aannemelijke verklaring- geen andere reden hebben dan dat de verdachte wist dat de voertuigen van diefstal afkomstig waren en dit wilde verhullen.
Het Hof veroordeelt de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van de duur van zes weken. Daarnaast is een tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf van drie maanden opgelegd.
Betrouwbare partner in de strijd tegen voertuigcriminaliteit
Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit is een gezamenlijk initiatief van alle Nederlandse schadeverzekeraars om voertuig-, vaartuig, werkmaterieel- en transportcriminaliteit te bestrijden.
Meer nieuws & publicaties
| Meld je aan voor onze nieuwsbrief |
|