Over verhullen van chassisnummers, witwassen en onderzoeksplicht
Een twintiger wordt verdacht van onder meer diefstal, heling, dan wel witwassen van een bromfiets in 2017. Nadat verdachte door de politierechter was veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, werd door hem hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof. De raadsman van verdachte betoogde tijdens de behandeling dat de verdachte vrijgesproken  zou moeten worden omdat er onvoldoende bewijs zou zijn om vast te stellen dat de verdachte wist of moest vermoeden dat de bromfiets van diefstal afkomstig was.

Oordeel van het hof
Het hof acht schuldwitwassen echter wettig en overtuigen bewezen: uit het proces verbaal van bevindingen blijkt dat het metalen plaatje waarop het chassisnummer van de bromfiets staat vermeld, zichtbaar was afgeslepen. Voorts bleek dat de sticker met het chassisnummer die aan de binnenzijde van de buddyseat behoort te zitten, te zijn verwijderd. Volgens het Hof moest verdachte om die reden vermoeden dat de bromfiets afkomstig was uit enig misdrijf. Volgens het Hof heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het schuldwitwassen van een bromfiets. Deze vorm van (schuld)witwassen maakt het plegen van misdrijven lucratief en houdt en afzetmarkt voor gestolen voorwerpen in stand, aldus het hof..

PG adviseert HR de uitspraak in stand te laten
Ook met de uitspraak van het hof kan verdachte zich niet verenigen en stelt beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De PG stelt in zijn advies aan de HR dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte op een brommer van een ander heeft gereden, zonder te beschikken over het bijbehorende kentekenbewijs, waarbij het hof tevens heeft vastgesteld dat de frameplaat waartegen het chassisnummer is bevestigd was verwijderd en dat ook een sticker met het chassisnummer ontbrak. Onder deze omstandigheden is de PG van opvatting dat de verdachte is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht en is het oordeel dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de bromfiets afkomstig was uit enig misdrijf toereikend gemotiveerd.

Toch denkt de Hoge Raad daar anders over
Volgens de HR kan uit de bewijsvoering niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte met betrekking tot het voorhanden hebben van de bromfiets in die mate is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht dat hij met de voor schuldwitwassen vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld. De bewezenverklaring, voor zover inhoudend dat de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de bromfiets afkomstig was uit enig misdrijf, is volgens de HR niet toereikend gemotiveerd. De zaak wordt terugverwezen haar het gerechtshof.

Teleurstellende opvatting
Een verdachte die rijdt op een bromfiets die niet van hem is, niet beschikt over een kentekenbewijs, terwijl de voertuigidentificatiegegevens ontbreken…… zouden toch redelijkerwijs een conclusie rechtvaardigen dat op de verdachte (op zijn minst) een onderzoeksplicht. Het valt niet te hopen dat met deze uitspraak een stap terug wordt gezet in de bestrijding van voertuigcriminaliteit.