De rechtbank Limburg heeft op 9 december vonnis gewezen in een strafzaak tegen een verdachte van grootschalige gewoonteheling van voertuigen in 2011 en 2012 en lidmaatschap van een criminele organisaties. Bijzonder aan deze zaak is dat de officier van justitie en de advocaten van de verdachten aan de rechtbank een zogenaamd ‘afdoeningsvoorstel’ hadden voorgelegd waarin zij onderling overeenstemming hadden bereikt over hetgeen bewezen kan worden, de straffen en de schadevergoeding.
De rechtbank is van oordeel dat de tussen de OvJ en de verdediging overeengekomen straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 19 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar op het eerste oog mild lijkt, gelet op de ernst en omvang van de feiten. De rechtbank is echter van oordeel dat ook dit onderdeel van het afdoeningsvoorstel recht doet aan deze zaak, waarbij zowel het belang van de verdachte, de slachtoffers als de maatschappij geëerbiedigd wordt.
Lees hier het volledige vonnis.