Eind juli 2017 ontvangt de politie een melding dat een vrachtwagenchauffeur beroofd zou worden terwijl hij aan het rijden was op de A87. Bij de staandehouding van het voertuig constateerde de politie dat de deuren van de laadruimte weliswaar gesloten waren, maar dat het slot en het zegel verbroken waren. Twee pallets in de laadruimte waren leeg; daarvoor bevonden zich hierop 960 Apple iPhones met een geschatte waarde van € 550,000,-


Vakantiewoning
Na onderzoek is de politie naar een vakantiepark getogen. Volgens de receptionist had een medeverdachte een vakantiewoning gehuurd. Bij de woning was onder meer een Hyundai-bus geparkeerd, waarvan de hele bodem van de laadruimte was bedekt met witte verhuisdozen, met daarin iPhones. In de vakantiewoning werden (versneden) kartonnen dozen aangetroffen en piepschuim. Daarnaast werd bruin tape en plasticfolie aangetroffen. Met de telefoon van één van de verdachten was er een gesprek gevoerd met een Roemeens nummer. Tot slot werd in de woning een portemonnee aangetroffen met een kassabon van daags daarvoor waarop de aankoop was vermeld van verhuisdozen, tape en krimpfolie.


Geen bewijs voor diefstal, wel voor opzetheling
Na een veroordeling door de rechtbank, gingen zowel het OM als verdachte(n) in hoger beroep. Anders dan het OM is het Hof van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs is dat verdachten de telefoons gestolen hebben. Uit feiten en omstandigheden blijkt volgens het Hof daarentegen wel dat het niet anders kan dat de iPhones die uit de vrachtwagen zijn weggenomen en na ontdaan te zijn van de originele verpakking, in zeer korte tijd in de vakantiewoning opnieuw zijn verpakt in de verhuisdozen. Daarnaast moeten verdachten gelet op de aard en de hoeveelheid van de goederen hebben geweten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof. Kortom: medeplegen van opzetheling.


Geringe strafkorting
Daar waar de rechtbank kwam tot een gevangenisstraf van 15 maanden, kwam het Hof oorspronkelijk eveneens uit op dezelfde strafmaat. Het Hof constateert echter een termijnoverschrijding, welke verband houdt met Covid-19 en de inreisbeperkingen. Als gevolg daarvan past het Hof een matiging toe van 2 maanden, en komt tot een gevangenisstraf van 13 maanden.

Lees hier de uitspraken tegen de verdachte en medeverdachte