Verzekeraar ZLM is door de rechter in het gelijk gesteld in een zaak waarbij onterecht uitkeringen werden gedaan voor een “niet-authentieke aanrijding”. Zowel de uitgekeerde schade aan de eigen verzekerde als aan de wederpartij moeten aan de verzekeraar worden terugbetaald.

Aanrijding
In de avond van 28 januari 2018 zou een aanrijding hebben plaatsgevonden tussen een Ford van verzekerde en een BMW van de wederpartij. Hierbij zou de bestuurder van de Ford, die met een snelheid van 60 km/uur zou hebben gereden,  geen voorrang hebben verleend aan de BMW met een snelheid van 20 km/uur. Beide bestuurders zouden een gordel hebben gedragen en de auto’s zouden na de aanrijding tegen elkaar tot stilstand zijn gekomen. ZLM  keerde zowel vergoedingen aan de eigen verzekerde als aan de tegenpartij uit.

Onderzoek
Door ZLM werden echter onderzoeken uitgevoerd naar de gordelslotspanners, de positie van de auto’s na de aanrijding, alsmede naar laksporen. De gordelslotspanners en zij- en hoofdairbag waren niet geactiveerd, terwijl dit volgens het onderzoek bij de impact wel had moeten gebeuren. Ook de opgegeven positie van de voertuigen na de aanrijding kon volgens het onderzoek niet kloppen en ook hadden laksporen van de BMW op de Ford aanwezig moeten zijn, hetgeen niet het geval was.

Oordeel rechtbank
De rechtbank oordeelt dat ZLM drie rapporten heeft overgelegd die onderbouwen dat de aanrijding niet kan hebben plaatsgevonden op de wijze zoals door partijen is beschreven. Ook het argument van de eigen verzekerde dat het onderzoek niet onafhankelijk heeft plaatsgevonden, omdat deze  door ZLM zijn betaald vindt geen gehoor bij de rechtbank. Volgens de rechtbank mocht ZLM terugkomen op de eerdere uitkeringen toen zij signalen opving van fraude. Het terugkomen op het eerder ingenomen standpunt is niet in strijd met redelijkheid en billijkheid, omdat de reden niet gelegen was in de handelwijze van ZLM, maar die van partijen zelf. In totaal wordt de vordering van ZLM op beide partijen toegewezen tot een totaalbedrag van ruim € 33.500,- met daarbovenop de proceskosten en wettelijk rente.

Lees hier het gehele vonnis.